Place: Amsterdam
Publisher: Museumjournaal
Edition: 1st
Language: NL
Pages: van 65 tot 108 (44p.) 4p. Register Serie 26, 1981
Condition: G
Binding: SC geniet
Illustrated: z/w.
- Tweemaandelijkse publikatie voor moderne kunst van Nederlandse musea en kulturele centra.
- Inhoud:Tegelijk met twee grote overzichtstentoonstellingenvan naoorlogse kunst - in Venlo: Expo1945-1965 en in Amsterdam: '60-'80 - blikt hetMuseumjournaal terug op zijn eigen verleden enkijkt vooruit naar de toekomst.Paul Donker Duyvis - Ad Petersen, Devreemde autonomie van demenselijke geestAd Petersen als eerste verantwoordelijk voor degrote manifestatie '60-'80 in het AmsterdamseStedelijk Museum, in gesprek met Paul DonkerDuyvis over zijn motivaties bij de keuzes van dezetentoonstelling en over zijn verhouding met dekunst: 'In principe verschilt de moderne kunst nietvan de oudere kunst, die immers net zo begrijpelijkof onbegrijpelijk is. Maar moderne kunst geeftdie extra dimensie dat je met de kunstenaars zelfkunt praten. De eigen tijd is in hoge mate verwarrenden onduidelijk, niet de suffige toestand tothet verleden'. Pagina 65Henk Overduin, Het Museumjournaalals nostalgieMeer dan een kwart eeuw verschijnt nu al hetMuseumjournaal. Reden genoeg voor HenkOverduin om eens de geschiedenis van het blad tebekijken aan de hand van zesentwintig jaargangen.Een niet altijd even interessante activiteit, wel eendie hem duidelijk maakte dat het blad een afwisselendegeschiedenis kent, maar dat de tegenwoordigeredactionele lijn wel erg veel weg heeftvan de beginjaren: 'In sommige artikelen galmteen ondertoon van de jaren '50: grote namen ende kunst als fundamenteel menselijke waarde'.Pagina 70Philip Peters, Op losse schroeven: hetwerk van Marinus Boezem opnieuwbekekenOok voor Marinus Boezem lijkt een herinterpretatievan het werk wel op zijn plaats. Philip Petersdook in het verleden van de kunstenaar die delaatste tijd weer erg van zich doet spreken, enkwam tot de conclusie dat er in diens werk altijdeen duidelijke lijn gezeten heeft, iets wat tot nu toeover het hoofd gezien werd. 'Het is dus tijdvoor een evaluatie. Immers naarmate het oeuvrevan een kunstenaar zich uitbreidt zal het ook aanverandering onderhevig zijn. Maar twee thema'skeren bij Boezem altijd terug: het gebruik van deplattegrond en een herhaald waarneembaar verlangenzich in het werk laten verdwijnen'.Pagina 76Alexander van Grevenstein, 0veravant-garde gesprokenSinds de nieuwe schilderkunst onder het schildvan de transavant-garde zich als een onontkoombarenieuwe beweging heeft gemanifesteerd, leeker een eind te zijn gekomen aan de idee van deavant-garde. Alexander van Grevenstein dook deboeken in om aan de hand van een uitgebreide literatuurop het spoor te komen van de historischewortels van het begrip avant-garde. Zijnconclusie: 'De avant-garde is gespleten, ook nunog'. Pagina 83Rosetta Brooks, ToekomstangstLangzamerhand stevenen we op 1984 aan, het jaarvan Orwell's profetie en heerst er een sfeer van ijzigeverwachting. Voor het engelse blad Zeitgeistging Rosetta Brooks een aantal aspecten van deLondense punk, disco en Bowie-scene na, om achterde situatie vandaag de dag te komen: 'Het isduidelijk dat de belangrijkste voorwaarde voor hetfascisme zoals Bataille dat beschrijft voorhanden is- een massieve vergroting van een in toenemendemate vervreemde culturele periferie'.Pagina 92Maria Nordman, Roeien met riemendie je hebtKunstenaarspagina, Pagina 97.