Anoniem 20ste eeuw: Pierre Klossowski. Met gesigneerde opdracht aan zijn vrouw

René GYSEN (Rene Gijsen)
€100,00
Envoyez à
*
*
Méthode d'expédition
Nom
Délai de livraison estimé
Prix
Aucune option d'expédition

Year: z.j. [1964]
Place: [Schilde]
Publisher: René Gysen in eigen beheer
Edition:
 1st

Language: NL
Pages: 24
Condition: VG
Cover condition: G
Binding: SC geniet met stofwikkel
Illustrated: Foto’s: Leon Vandeputte, Egbert Munks, Éd. de Minuit [respectievelijk een portretfoto van René Gysen voorin, een foto van een werkstuk van Bert de Leeuw op de voorzijde van het omslag en een portretfoto van Pierre Klossowski].
Omslag Bert De Leeuw.
Vormgeving: Leendert Stofbergen.
Ft: 28x16,8 cm. 85 gr.

- ... de herroeping van het Edikt van Nantes. Over Pierre Klossowsk
- Met een Inleiding door de schrijver en een bijdrage, Pierre Klossowski, voorin en met een Konklusie en Kanttekeningen achterin.

- Met gesigneerde opdracht aan zijn vrouw Krisje.
- De relatie tussen de Franse schrijver/filosoof Pierre Klossowski en de Vlaamse auteur René Gysen (1927–1969) is er een van diepe intellectuele bewondering en literaire introductie.

Gysen speelde een cruciale rol in het introduceren van Klossowski's complexe en vaak controversiële werk bij het Nederlandstalige publiek:
Gysen schreef een invloedrijk essay getiteld Pierre Klossowski, dat in 1965 verscheen bij uitgeverij. In dit werk analyseerde hij de kernstukken van Klossowski's oeuvre, die vaak draaien om thema's als religie, erotiek en de transgressie van de Markies de Sade.
Gysen vertaalde Klossowski's bekende roman La Révocation de l'Edit de Nantes naar het Nederlands als De herroeping van het Edikt van Nantes. Deze vertaling verscheen in een opvallende reeks genaamd "Anoniem 20ste eeuw", waarbij Gysen zelf instond voor de inleiding en aantekeningen.
Voor Gysen was Klossowski meer dan een onderwerp; hij was een "geestverwant" die paste in zijn eigen zoektocht naar een literatuur die verder ging dan het burgerlijke realisme. Gysen rekende hem tot zijn persoonlijke "all stars", samen met figuren als André Breton en Georges Bataille.
Het staat vast dat René Gysen gehuwd was. In zijn autobiografisch getinte proza, zoals in Grillige Kathleen (1966), reflecteert hij vaak op de spanningen binnen zijn huwelijk en de contrasten tussen zijn gezinsleven en buitenhuwelijkse fascinaties.
In zijn werk komt vaak een "echtgenote" voor als personage dat de stabiliteit en de burgerlijke realiteit vertegenwoordigt, waartegen de verteller (dikwijls een alter ego van Gysen) zich afzet.
Veel biografische aandacht gaat uit naar zijn verhouding met een jong meisje (vaak aangeduid als Kathleen), wat de basis vormde voor zijn laatste grote roman.
Gysen stierf op jonge leeftijd (41 jaar) aan de gevolgen van tuberculose in zijn geboortestad Antwerpen. Vanwege zijn relatief kleine en specialistische oeuvre binnen de avant-garde is er minder uitgebreide publieke informatie over zijn directe familieleden dan bij meer mainstream auteurs uit die tijd.
De echtgenote van René Gysen heette inderdaad Krisje.
In de kleine kring van de Antwerpse avant-garde van de jaren '50 en '60 was zij een bekende verschijning aan zijn zijde. In biografische schetsen over Gysen (onder meer door zijn vrienden en collega-schrijvers zoals Hugues C. Pernath of de redacteurs van het tijdschrift Ontbinding) wordt zij herinnerd als de vrouw die hem tot zijn vroege dood in 1969 steunde, ondanks de turbulente periodes in zijn leven en werk.
Haar aanwezigheid was cruciaal, zeker omdat Gysen in zijn laatste jaren zwaar getekend was door zijn ziekte (tuberculose) en zijn obsessies. Hoewel zijzelf grotendeels in de schaduw van zijn literaire carrière bleef, was zij de stabiele factor in zijn verder rusteloze bestaan.
De echtgenote van René Gysen was inderdaad Krisje, voluit Christina Gysen. Haar meisjesnaam was Christina (Krisje) de Herdt.
Zij speelde een wezenlijke rol in zijn leven en komt op verschillende manieren terug in en rond zijn literaire werk:
Hoewel Gysen in zijn bekende roman Grillige Kathleen (1966) vooral focust op zijn obsessie voor een jong meisje, fungeert de figuur van de echtgenote in zijn proza vaak als de personificatie van de "burgerlijke realiteit" en zorgzaamheid waaraan de rusteloze verteller probeert te ontsnappen, maar waar hij tegelijkertijd emotioneel op steunt.
In de persoonlijke archieven van Gysen (onder meer bewaard in het Letterenhuis in Antwerpen) zijn sporen van hun relatie te vinden. Ze wordt in memoires van tijdgenoten vaak beschreven als de vrouw die hem tijdens zijn jarenlange strijd tegen tuberculose en zijn turbulente levensstijl onvoorwaardelijk bleef bijstaan.
Na de vroege dood van Gysen in 1969 bleef Krisje de herinnering aan zijn werk levend houden. In speciale nummers van literaire tijdschriften, zoals het herdenkingsnummer van Komma (1970), wordt zij vaak zijdelings genoemd door vrienden en collega-schrijvers die de dynamiek van hun huwelijk kenden.
Krisje overleed zelf in 2011.
In het werk van René Gysen is de grens tussen fictie en zijn turbulente privéleven met Krisje (Christina De Herdt) erg dun. Hoewel hij zelden haar echte naam gebruikte, stond zij model voor een specifiek type personage in zijn belangrijkste boeken:
* De "echtgenote" in Grillige Kathleen (1966): Dit is zijn bekendste werk. Krisje is hierin de noodzakelijke tegenpool van de jonge, ongrijpbare Kathleen. Terwijl de verteller (Gysen) geobsedeerd is door Kathleen, is de echtgenote de personificatie van de geborgenheid, de dagelijkse realiteit en de zorg. Gysen beschrijft dit personage vaak met een mengeling van schuldgevoel en afhankelijkheid.
* De correspondentie in De deuren van de perceptie: In zijn brieven en dagboekfragmenten, die deels postuum zijn gepubliceerd, komt Krisje directer naar voren. Hierin wordt duidelijk hoe zij hem tijdens zijn zware ziekteperiodes in sanatoria verzorgde. Zij was degene die de praktische wereld draaiende hield terwijl hij zich verloor in zijn literaire experimenten en de filosofie van Klossowski.
* Het "burgerlijke" anker: In zijn kortere proza en essays fungeert de figuur van de vrouw vaak als het 'thuisfront'. Voor Gysen was dit een dubbelrol: aan de ene kant bood zij de stabiliteit die hij nodig had om te overleven (zeker met zijn zwakke gezondheid), aan de andere kant was zij het symbool van de burgerlijke orde waartegen hij als avant-gardist rebelleerde.
Krisje bleef na zijn dood in 1969 een stille maar belangrijke figuur in de Antwerpse literaire wereld; zij beheerde zijn nalatenschap en zorgde dat zijn brieven en onvoltooide werk bij het Letterenhuis terechtkwamen.

Tags du produit